Zeeuws-Vlaams volkslied

Bij sommige misschien wel bekend: ik ben een Zeeuws-Vlaming. In hart en nieren mag ik wel zeggen.
Een prachtig stukje (nog net) Nederland. Afgescheiden door de Westerschelde en ook nog opgedeeld in oost en west door het kanaal van Gent naar Terneuzen of van Terneuzen naar Gent zo u wilt. 😉

Een gebied met historie, verschillende dialecten, prachtige plekjes (foto’s op deze site te vinden bij fietsen en wandelen 😉 ) en trotse burgers (die vaak meer naar het Vlaamse dan het Zeeuwse neigen ondanks de tekst in het volkslied). En we koesteren een haat/liefde verhouden met de belgen EN de Nederlanders, ja zelfs met de Duitsers. 😛

Naast een eigen vlag, hebben we hier ook ons eigen volkslied. Al vaker gepubliceerd op diverse Zeeuws-Vlaamse (weblog) sites, maar wegens mijn persoonlijke Zeeuws-Vlaamse trots ook hier nog eens onder de aandacht gebracht voor wie interesse heeft.

De info komt van wikipedia.

Het Zeeuws-Vlaams volkslied

is geschreven in 1917 door ds. J.N. Pattist en J. Vreeken. De muziek is van A. Lijssen.

Het lied is net als het Zeeuws volkslied een reactie op de Belgische annexatieplannen naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog. Nederland was daarin neutraal gebleven, maar de Belgen vonden dat Nederland zich door die neutraliteit pro-Duits had opgesteld en eisten daarom Zeeuws-Vlaanderen en Limburg op. In Zeeland werd fel op de Belgische eisen gereageerd. In Zeeuws-Vlaanderen werd een strijdlied geschreven dat de band tussen het ‘landje’ en Nederland benadrukte. Later groeide het lied uit tot het Zeeuws-Vlaams volkslied.

Waar eens ’t gekrijs der meeuwen
Verstierf aan ’t eenzaam strand,
Daar schiepen zich de Zeeuwen
Uit schor en slik hun land;
En kwam de stormwind woeden,
Hen dreigend met verderf,
Dan keerden zij de vloeden
Van ’t pas gewonnen erf.
Refrein:
Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.
Waar eens de zeeën braken,
Met donderend gedruis
Daar glimmen nu de daken,
En lispelt bladgesuis.
Daar trekt de ploeg de voren,
Daar klinkt de zicht in ’t graan.
Daar ziet men ’t Zeeuwse koren,
Het allerschoonste staan.
Refrein:
Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.
Daar klappen rappe tongen,
De ganse lieve dag.
Daar klinkt uit frisse longen,
Gejok en gulle lach.
Daar klinkt de echte landstaal,
Geleerd uit moeders mond.
Eenvoudig, zonder omhaal,
Goed Zeeuws en dus goed rond.
Refrein:
Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.
Daar werd de oude zede,
Getrouwelijk bewaard.
En ’t huis in dorp en steden,
Bleef zuiver Zeeuws van aard.
Daar leeft men zo eendrachtig,
En vrij van droef krakeel.
Daar dankt men God almachtig,
Voor ’t toegemeten deel.
Refrein:
Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.
De worstelstrijd met Spanje,
Bracht ons het hoogste goed,
De vrijheid door Oranje,
Betaald met hartebloed.
Dat goed gaat nooit verloren,
De Nederlandse vlag,
Zal wapp’ren van de toren,
Tot op de jongste dag.
Refrein:
Van d’Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

spacer

Leave a reply

*

code